Overdenking: God zij geprezen

God zij geprezen

Overdenking n.a.v. 2 Kronieken 16:9 & Psalm 68:7

De HEER laat immers voortdurend zijn ogen over de aarde rondgaan en biedt iedereen hulp die hem met heel zijn hart is toegedaan (2 Kronieken 16:9, NBV)

De auteur van 2 Kronieken schrijft zoals Evert van Benthem schaatste: elke klap, elk woord is raak, waardoor er flink vaart in zit. Het is niet zomaar iemand, die zijn ogen over de aarde laat rondgaan, maar de HEER, de God van Israël, de God van het verbond. Ik ben die ik ben, Ik zal er zijn – zo mocht Mozes zijn naam leren kennen op de berg Sinaï (Exodus 3). Het is deze God, die zijn ogen niet alleen wakend over zijn volk laat rondgaan (zie ook Psalm 121), maar over heel de áárde, zoals de tekst zegt. Hij is betrokken bij wat er op aarde geschiedt – zijn aarde, zijn wereld. Hij immers heeft de hemel en de aarde geschapen, de zee, en alles wat daarin is (Psalm 100). Hij heeft op de aarde zijn heerlijkheid ontvouwd (Psalm 8).
Dan staan er in het eerste zinsdeel nog twee woorden, die het zien van God over het rond der aarde nog krachtiger maakt. De bijbelschrijver zegt dat hij dit niet soms, even doet, zoals een bewaker soms even door het gebouw loopt ’s nachts, of de dokter in het ziekenhuis de ronde doet. Ons zien en omzien is vaak tijdelijk en gebrekkig. We houden elkaar in het oog, zeggen we en denken we, maar vergeten elkaar bijna net zo vaak. Zo is het niet met het zien van de Eeuwige. Hij laat zijn blik voortdurend -zonder ophouden- over de aarde gaan. Dat is een zeer bemoedigende boodschap, die we eigenlijk ook wel hadden kunnen weten, als we beter en vaker op zijn weldaden hadden gelet.

De gehele overdenking vindt u in ‘Getijdenstroom’ nr. 6